De Groninger Rijwielenfabriek

Familie

Albertus Fongers, de oprichter van het bedrijf, werd in 1841 in het Groninger dorp Warffum geboren als zesde kind van bakker Jan Alberts Fongers. De naam Fongers betekent ‘zoon van Fonger’, destijds een gebruikelijke voornaam in de provincie Groningen. De familienaam Fongers gaat terug tot 1702, toen Fonger Geerts werd geboren.

Albert ca. 1885
Albert Fongers ca. 1885

Rond 1860 ging het niet goed op het Groninger Hogeland. Een klein aantal herenboeren maakte de dienst uit en voor de gewone man was het de keus bij zo’n grote boer aan de gang te gaan tegen een karig loon of een baantje in de middenstand te vinden.
De ouders van Albert leidden een wat zwervend bestaan in de jaren 50, zij woonden in Amsterdam, in de kolonie Ommerschans en later in de stad Groningen. Albert Fongers was een ondernemend type en gaat als jongeling aan de slag bij een smid in Oldehove en vanaf 1864 bij een smidse in de Violenstraat in Groningen. Hij stapt in 1867 over naar de nabijgelegen smidse van Thies Lucas Smid op de hoek van het Nieuwe Kerkhof en de Zuiderkerkstraat. In november 1867 trouwt hij met Hinderika Bos om een maand later hun eerste kind te krijgen, Mechelina (‘Line’). In 1869 komt hun eerste zoontje die twee later al overlijdt.  Zoon Ties wordt in 1871 als laatste kind geboren.

In 1871 maakt Albert de keus voor zichzelf te beginnen en neemt met steun van een aantal klanten, de genoemde smederij over aan het Nieuwe Kerkhof (nummer 210/212).

Ties ca. 1895
Ties Fongers ca. 1895

De stad Groningen bruiste in die periode van bedrijvigheid. De stad, vanouds een scheepvaart- en handelscentrum, stond aan het begin van een periode van industriële bloei. Bedrijven als Niemeijer (tabak), Scholten (aardappelmeel) en Wolters (uitgeverij) werden in die periode opgericht. Groningen was, ondanks zijn perifere ligging, een stad met landelijke aspiraties en breidde snel uit. Eind 19e eeuw bevond de stad zich in een overgangsfase van ambachtelijke naar semi-industriële bedrijvigheid.

De smederij van Albert Fongers had veel werk aan het beslaan van paarden, het maken van karren, rijtuigen en reparatiewerk. Op enig moment raakte Albert gefascineerd door de nieuwe ‘velocipedes’ die rond 1880 mondjesmaat uit Engeland en Frankrijk werden ingevoerd. Deze ’machines’ waren alleen bereikbaar voor de rijksten, die ook nog durf hadden zich met deze nieuwe tweewielers op de weg te begeven. Op zeer bescheiden schaal was Burgers uit Deventer in 1870 met de productie van velocipedes gestart, maar verder waren er in 1880 nog geen Nederlandse fabrikanten van betekenis.
Albert kocht begin jaren ’80 een hoge bi uit Engeland, waarmee vader en zoon veel bekijks trokken. Geïntrigeerd door het nieuwe vervoermiddel, zette hij 1884 zijn eerste hoge bi in elkaar, met onderdelen van derden.
Op de pagina Bedrijf wordt het verhaal van het bedrijf vervolgd.

smederij ca. 1880
Smederij Nieuwe Kerkhof ca. 1880

Het leven van de familie Fongers stond in het teken van het bedrijf. In de necrologie van Albert wordt vermeld dat hij in de periode 1871-1921 (jaartal overlijden) nooit een dag vakantie heeft gehad! In de jaren 70 en 80 werkt hij zich op van ambachtsman tot ondernemer en bereikt met zijn gezin een zekere mate van welstand. Na oprichting van de NV in 1896 (Albert was toen al 55 jaar) trad hij toe tot de selecte groep ‘industriëlen’ van de stad. Zijn vrouw Hinderika bleef vooral achter de schermen. Zoon Ties is van meet af aan door zijn vader bij het bedrijf betrokken en treedt bij de start van de NV reeds toe tot de directie op de leeftijd van 25 jaar. Anders dan zijn vader behoorde Ties vanaf volwassenheid al tot de stedelijke elite. Hij trouwde (pas) in 1920 met Elizabeth Koster en zou in 1921 een dochter (Riekje) krijgen.

Ties met Riekje ca. 1930

De fabrikantentak van het geslacht Fongers zou met de dood van Ties (1944) in de mannelijke lijn ophouden te bestaan, zij het dat de zoon van Riekje (Jen Albert Nieubuurt, 1947) in 1972 zijn naam heeft laten wijzigen in ‘Fongers Nieubuurt’. Riekje krijgt nog drie dochters: Lies (1949- 2007), Helena (1950) en Laura (1952).
Riekje Fongers (overleden in 2008) werd na het overlijden van Ties grootaandeelhouder van het bedrijf, maar door een bepaling in het testament van haar vader had zij tot 1956 geen zeggenschap van betekenis in het bedrijf.

De familienaam Fongers komt nog op enige schaal voor in Nederland. Het gaat om nakomelingen van andere afstammelingen van oervader Fonger Geerts. Wiebe Kloosterman uit Leek heeft in 2000 de genealogie van de familie Fongers in kaart gebracht.