Kettingkasten

Fongers heeft altijd kettingkasten met merknaam gemonteerd. Deze werden niet in eigen beheer gemaakt, maar bij gespecialiseerde fabrikanten (Dover, Brooks, De Woerd). In de jaren rond 1900 zijn leren, stalen en celluloid kasten verkrijgbaar.

kettingkast 1898
Celluloid kast 1898 (fabrikaat Dover)

In Nederland worden de moleskin en lakdoek kasten het meest gemonteerd. Tot ca. 1955 gaat het om kasten met haakjes, die met vetersluiting worden dichtgemaakt; een relatief kwetsbaar systeem omdat de haakjes door roestvorming afbreken en de veters na verloop van tijd verteerd raken. Dit type kettingkasten behoort tot de meest kwetsbare delen van de fiets. Tegelijk bepalen ze door hun grote oppervlak in belangrijke mate het aangezicht van de fiets.

kettingkast ca. 1920
Moleskin kast ca. 1920
kettingkast ca. 1935
Lakdoek kast ca. 1935

In Nederland zien we de metalen oliebadkasten weinig gemonteerd, in tegenstelling tot de Fongers fietsen die naar Indië werden geëxporteerd.

oliebadkast ca. 1920
Oliebadkast ca. 1920

In de jaren 50 en 60 worden gangbare kettingkasten gemonteerd (met stripsluiting), altijd voorzien van een Fongers logo.

Grand Sport 1963 kettingkast
Kettingkast 1963
Pionier 1962 kettingkast
kettingkast model Pionier 1962

 

Op de deelfietsen en supersportfietsen van PFG uit de jaren 60 worden metalen kettingschermen (‘revolverschermen’) gemonteerd.

RIH kettingscherm
Kettingscherm RIH/Fongers 1966

De kasten op de laatste modellen zijn nauwelijks meer onderscheidend ten opzichte van andere merken.

Economy 49542T 1969 kettingkast
kettingkast model Economy 1969